"Loading..."

Schoolse schrijfsels

“Op mijn achtste wilde ik al acteur worden”

Acteur Roel Vanderstukken (40) over zijn leven als artistieke duizendpoot

Wie heeft Kato in Beau Séjour vermoord? Het hield Vlaanderen weken in de ban. Spoiler alert: het is niet Bart Blom, alias Mr. White. Al wist de acteur zelf pas op het einde dat hij het niet gedaan had. Een boeiend zijproject voor Roel Vanderstukken), die dagelijks te bewonderen is als Benny Coppens in Familie (VTM): “Ik heb enorm veel geluk dat ze mij die vrijheid geven. Anders houd ik het niet vol.”

In Vlaanderen bent u momenteel bekend als Benny Coppens uit Familie, maar onlangs schitterde u in de dramaserie Beau Séjour op één. Hoe was het om deel uit te maken van deze productie?
Het was een enorme aanpassing. De reeks werd met één camera gedraaid. Dat gaat veel trager dan Familie, waar we dagelijks een aflevering opnemen. Maar destijds bij Witse en Flikken, ging dat ook zo traag. Het was met andere woorden ook een beetje nostalgisch werken. Maar ik heb me enorm goed geamuseerd, en het leuke was dat het een keer geen file rijden was. (nvdr. Roel woont in Glabbeek, en de opnames vonden plaats in Limburg)

U moest ook acteren met een Limburgs accent. Sommigen hadden hier echter kritiek op. Hoe heeft u dit ervaren?
Enkele journalisten hebben mij daarop gewezen, maar ik ben er zelf niet in aanraking mee gekomen. Maar ik begrijp het wel. Wij Vlamingen hebben zo een rijke cultuur op vlak van dialecten. Elk dorp spreekt anders en we moeten daar fier op zijn, we moeten ervoor zorgen dat het behouden blijft. Ik zie dat in mijn dorp ook: daar komen heel veel jonge gezinnen wonen die ons dialect niet spreken, en zo gaat dat verloren. Ik doe bijvoorbeeld mijn best om mijn zonen dat bij te brengen. Maar om terug te komen op die kritiek, ik woon zelf vlakbij Limburg, en ik ben net gecast omdat mijn Limburgs redelijk goed klonk. Het is natuurlijk niet echt, dat merk je, maar de mensen op de set waakten er samen met mij over. Het doet me plezier dat mensen nog fier zijn op hun dialect, en dat ze zich gepakt voelen in hun eer als het niet helemaal is zoals het moet zijn. Maar er lopen helaas niet genoeg acteurs rond in Dilsem-Stokkem (lacht).

Hoe heeft u de rol van Bart Blom ervaren om te spelen? Heeft u research moeten doen?
Het was vrij snel duidelijk wat voor personage het was, omdat je uiteraard een scenario krijgt, en daaruit bleek al snel dat mijn personage niet de meest snuggere was. En om een politieagent te spelen, ja, dat heb ik al genoeg gedaan dus dat wist ik al (lacht). Echt research doen, diepgraven, moest ik niet doen. Ik moest ook niet spelen alsof ik dood was, dat maakt al een groot verschil.

Het hield Vlaanderen een hele tijd in spanning, wie was de moordenaar van Kato? Wisten de acteurs op voorhand wie het gedaan had?
Nee, en dat was enorm leuk werken zo. We wisten het niet tot vlak voor het einde. Ik heb ook een hele tijd rondgelopen met het idee dat ik de moordenaar was. Dat bleek dan niet zo te zijn. Het zorgde voor een speciale sfeer op de set, omdat iedereen zo erg alert bleef. Als ik nu die afleveringen bekijk, dan merk ik dat ook aan die scènes. Die spanning en onwetendheid, dat mysterie, dat was voor ons allemaal echt.

Hoe bent u in de productie terechtgekomen?
Ik heb drie à vier jaar geleden enkele telefoongrappen uitgehaald voor de VTM-reeks ‘VTM Telefoneert’. Daar heb ik enkele sketches in het Limburgs gedaan. De regisseurs van Beau Séjour hebben dat gezien en vonden dat heel overtuigend. Ik denk dat als de regisseurs mijn accent goed genoeg vonden, het toch nog niet zo erg zal geweest zijn (lacht). Ze hebben me dan uitgenodigd om het scenario te bekijken. Ik was kei blij. Ik had zoiets van ‘Wauw, nog eens iets helemaal anders!’

UITDAGENDE JONGENSDROMEN

U bent op tv begonnen in Wittekerke, om vervolgens in verschillende bekende Vlaamse series zoals Flikken en LouisLouise mee te spelen, tot nu uw rol in Familie. Vindt u het uitdagend om regelmatig van rol te wisselen?
Ik speel meestal wel in langlopende reeksen. Bijvoorbeeld Flikken, dat heb ik drie seizoenen gedaan, Wittekerke zes of zeven, bij Familie begin ik aan mijn vijfde seizoen. Het is na verloop van tijd wel nodig dat ik eens iets anders kan doen. Dat houdt het fris. Maar ik heb dan bijvoorbeeld wel het geluk dat er hier bij Familie ook ruimte wordt gegeven voor zijprojecten zoals Beau Séjour. Het is echt fijn dat ze mij hier die zuurstof geven, anders zou ik het ook zo lang niet volhouden.

Is er op het vlak van acteren een droom die u absoluut nog wil bereiken?
Ik word altijd gecast als de goeie, en zou graag eens de slechterik spelen. Het zou echt kei plezant zijn mocht Erik Van Looy me eens bellen. Een goed scenario, een goede regisseur, een rol met een beetje vlees aan, dat zou ik graag nog eens meemaken. Ik acteer altijd in langlopende reeksen en die spanningsboog stopt nooit. Bij een film is dat anders. Daar kan je veel verder in gaan, je kan het personage echt gaan zetten. Als je zes à zeven jaar, echter, in een reeks meespeelt, dan moet dat personage toch dichter bij jezelf liggen. Anders word je misschien schizofreen.

Was acteren een jongensdroom van u?
Ja, eigenlijk wel. Mijn vader is regisseur van opleiding en ik ging altijd mee naar de toneelrepetities. Ik vond dat enorm fascinerend. Op mijn acht jaar had ik mijn eerste rolletje en toen wist ik het ‘Dit is het, dit wil ik doen!’. Dan heb ik heel mijn puberteit in tranen doorgebracht, omdat ik ervan overtuigd was dat het me nooit ging lukken. In die zin heb ik mijn droom wel bereikt, en dat maakt het net zo moeilijk. Als je je droom niet bereikt, heb je nog iets, maar eenmaal je hem bereikt hebt, dan kan je alleen maar bang zijn dat je hem weer kwijtspeelt.

Heeft u interesse om het te maken in het buitenland?
Het is zo moeilijk om het daar te maken, en het is bovendien enorm time and energy consuming. Ik was er beter vroeger aan begonnen, zoals Matthias Schoenaerts die al jaren een agent heeft. Maar als je dan bijvoorbeeld ziet hoe het bij Veerle Baetens gelopen is, zij wordt ontdekt – en volledig terecht, want het is een fantastische actrice – maar zo’n vaart loopt het niet bij iedereen. Als ik daarvoor mijn kinderen en mijn vrouw moet achterlaten, dan zou dat niet lukken. Ik word al nerveus als ik drie nachten op hotel zit in Amsterdam voor een theatervoorstelling. Als je dan vier maanden in Los Angeles vertoeft, dan wordt het moeilijk, denk ik.

STERARTIEST

Onlangs speelde u ook in Chaplin, de musical. Dat was uw musicaldebuut, hoe verliep dit?
Goed, het was geen musical pur sang, zeker niet wat mijn rol betrof. Ik had een klein zangaandeel en het was ook niet met dansen en pluimen in ’t gat, het viel heel goed mee. Voor mij was het niet altijd even makkelijk omdat ik maar de helft van de repetities kon meedoen wegens Familie, daardoor was het iedere week wel bijbenen. Maar het was een mooi verhaal, en met een heel toffe groep; iedereen ging ervoor en dat is enorm leuk.

Een musical, dat is acteren én zingen, maar dat vormt voor u geen probleem want u hebt natuurlijk ook deelgenomen aan Steracteur, Sterartiest.
Geen probleem zou ik dat niet noemen, ik ben geen Stan Van Samang natuurlijk, anders had ik wel in zijn plaats gewonnen (lacht).

Was u voor uw deelname al met muziek bezig?
Ik had een klein groepje van toen ik 15 was, we traden er enkele keren per jaar mee op, in ruil voor een bak bier en een paar pistoletkes. Dat was het. Maar het heeft me altijd wel bezig gehouden.

Heeft u nog plannen in de muzieksector?
Ik heb in de nasleep van Steracteur het geluk gehad van twee platen te kunnen opnemen, die het heel goed gedaan hebben. Alleen maakte ik niet de meest populaire muziek want ik deed teveel mijn eigen ding. Daardoor kon ik ook niet vaak live spelen, en dat was vooral wat ik zo leuk vond: op een podium staan. Dan ben ik maar met een coverband begonnen, De Corsari’s. Wij brengen 50’s en 60’s muziek en dat gaat ons heel goed af. Maar zeg natuurlijk nooit nooit, ik ben met vrienden nog wel muziek aan het schrijven en ik heb het al een paar keer in mijn hoofd gehaald om toch nog eens iets op te nemen. Maar ik ben gin aan het verkopen nu, dat is ook al goed.

Vanwaar deze passie voor gin?
Gastronomie is de enige hobby waar ik mijn beroep nog niet van gemaakt heb. Ik ben bevriend met heel wat chefs, en Giovani Oosters en ik wilden al lang eens de hoofden bij elkaar steken. Hij stelde dan voor om gin te maken. We proeven allebei graag, we zijn ondernemend, en gin is een product waar je heel veel verschillende kanten inzake combinaties en recepten mee kan opgaan. Er bestaan massa’s gin, maar ze lijken allemaal heel erg op elkaar. Het was voor ons een uitdaging om er vier te maken die totaal verschillend zijn.

EVENWICHT ZOEKEN

Gin maken, acteren, zingen, presenteren, ... een echte duizendpoot, hoe slaagt u erin om dit allemaal met uw gezinsleven te combineren?
Niet. Dat is het korte antwoord (lacht). In september-oktober van vorig jaar heb ik beslist om het wat rustiger aan te doen. Ik ben veertig geworden, en ik zag mijn oudste zoon naar het eerste leerjaar gaan, en mijn jongste begon te stappen, en ik dacht: ‘Ik ga toch moeten zien dat ik daar nog iets van meepik.’ Ik heb daarom mijn theaterregies drastisch verminderd, waardoor ik ’s avonds thuis kan zijn om mijn kinderen in bed te steken. Ik heb er helemaal geen spijt van.

Wat doet u het liefst op een vrij moment?
Mijn perfecte dag zou zijn dat ik ’s ochtends opsta, naar een markt ga, om dan in mijn keuken te kruipen om ’s avonds mensen te ontvangen. Dat is het enige wat me kon doen ontspannen en mijn knop op pauze kon doen zetten. Althans, tot vorig jaar. Toen is er golf bijgekomen, ik vind dat fantastisch. Dat klinkt niet wauw, maar voor mij is het dat wel: je kruipt die natuur in en je moet je nergens zorgen over maken, buiten dan het feit dat je heel slecht aan het spelen bent (lacht).

Wat wilt u nog bereiken in het leven?
Mijn hoogste doel is de droom die ik leef. Dat ik dit werk kan blijven doen, dat ik me kan blijven amuseren. Dat ik genoeg mijn boterham kan verdienen, om op restaurant te gaan, om op vakantie te gaan, om mijn kinderen naar school te kunnen sturen, en die hopelijk zelf nog een centje mee te kunnen geven voor later. Als ik dit kan doen totdat ik dood val, dan is mijn leven geslaagd.

Share:
Gesprek laden