"Loading..."

Klare Kijk

"Hoe meer ge mij loslaat, hoe meer ge terugkrijgt"

Het was eind augustus toen ik plots die woorden te horen kreeg. Alsof ik clingy en opeisend was. Alsof het abnormaal was dat ik tijd wilde spenderen met mijn lief. Het valt me nu pas op hoe verschillend ons idee van een relatie was, en hoeveel ik op het einde opgeofferd heb.

Ik ben altijd heel realistisch geweest in het idee van the one. Zelfs in het begin van mijn relatie besefte ik heel goed dat het alle kanten kon uitgaan. Toen we 8 maanden samen waren, en we met mijn vrienden in Madrid zaten, vroegen zij me: “En? Wat denk je? Is hij the one?” Ik reageerde heel koeltjes: “We zullen wel zien.” Ik weet nog dat hij van in het prille begin mopjes maakte over onze toekomst (“Ik ga later mogen koken precies!”), en hoeveel schrik ik toen had. Dat hij een aanzoek ging doen (absurd, I know), en dat ik helemaal geen ‘ja’ ging kunnen antwoorden.

Toch begon mijn beeld van the one mettertijd steeds meer vorm te krijgen. We hadden zoveel meegemaakt, en waren er telkens sterker uitgekomen. Ik kende veel tegenslagen, en hij was er keer op keer om mij op te vangen. Toen ik mijn vrienden in september, 6 maanden na Madrid, terugzag, vroegen ze het me opnieuw: “En? Wat denk je? Is hij the one?” Met enorm veel vlinders in mijn buik zei ik: “Ik begin te denken van wel, ja.”

We hadden net een moeilijke periode achter de rug. Op het einde van de zomer hadden we onze eerste grote ruzie. Het was een ruzie waarbij hij volledig de mist in ging, waar hij plots ontplofte. Één ruzie waarbij de oplossing ging zijn: “Als ge me wat meer loslaat, krijgt ge meer van mij terug”. Toen zijn moeder – uit ervaring sprekende – exact hetzelfde zei, besloot ik erin mee te gaan. Maar, zo besef ik nu, zo’n relatie wil ik niet. Ik wil geen relatie waarbij er moet gestreden worden om tijd te spenderen met elkaar. Ik wil een relatie waarbij dat vanzelf gaat. Één waarbij 2 avonden per week afspreken niet als opeisend wordt beschouwd, of één waarbij je zomaar de telefoon kan opnemen en bellen niet op voorhand afgesproken moet worden.

En het jammere? Dat hadden wij, tot alles plots veranderd is. Plots voelde hij zich opgeëist, en wilde hij zijn vrijheid terug. Plots werd het hem te veel, en wilde hij geen moeite meer doen. Dus nam ik het van hem over. Met succes, want in september leek alles terug in zijn plooi te vallen. Hij leek terug zeker te zijn van ons. Ik ook. En op een dag, enkele uren na mijn “Ik begin te denken van wel, ja”, omhelsde hij mij, geheel onverwacht, en fluisterde in mijn oor, nog meer onverwacht: “Met u ga ik trouwen.” Cue de vlinders. Cue de roze wolk.

Maar anderhalve maand later ben ik er serieus afgedonderd. “Ik zie geen toekomst met u.” Van praten over waar we gingen samenwonen, welke bobbies we zouden nemen en hoe we ze zouden noemen, naar dit. Geen toekomst. Waar ik dacht dat we onze moeilijke periode aan het overwinnen waren, zijn bij hem de twijfels net begonnen. Ik heb alles gegeven. Ik heb mij gesmeten. En nog was het niet genoeg.

En zo is hij vertrokken. Op zoek naar zijn nieuwe droomvrouw. Zonder te beseffen dat dromen niet vanzelf komen, en ik dus ook niet. Daarom laat ik hem nu los. Opdat ik meer zou terugkrijgen. Iemand die wel genoeg karakter en discipline heeft om een relatie voort te zetten, bijvoorbeeld.

Share:
Gesprek laden